Lang leve de oude natuur

De coalitie besprekingen voor een nieuw College van B&W in Culemborg zijn voortvarend van start gegaan. De uitkomst is op dit moment nog onzeker.
Echter, voor een ding hoeven we niet meer bang te zijn: zowel de winnaars als de verliezers van de Gemeenteraadsverkiezingen hebben vooraf onomwonden verklaard,
dat er geen slibstort in onze dierbare uiterwaarden in het kader van “Culemborg aan de Lek” zal gaan plaatsvinden!

Vorig jaar heeft de gemeente met Ballast-Van Oord intentieovereenkomsten getekend onder de voorwaarde dat zij “nieuwe natuur” in de uiterwaarden tot stand gaan brengen.

Deze eensgezinde en ferme uitspraak van onze politici betekent dus dat dit niet op een ondergrond van gestort slib mag gebeuren.

Verondiepen van de Redichemse afgraving met materialen anders dan slib en industrieafval, lijkt financieel onhaalbaar. Echte schone grond is in Nederland immers onbetaalbaar.

Het plan om in de “nieuwe natuur” bevers in deze grote plas te laten wonen,

lijkt dan ook ver weg …… tenzij het bevers zijn, die vooral van sloophout houden.

 

Maar waarom is er eigenlijk in de Lazarus Waard en de Redichemse Waard plotseling “nieuwe natuur” nodig?

In de oude natuur komen in onze uiterwaarden al volop steenuilen voor.

Ballast-Van Oord hoeft dus hiervoor niets extra’s te doen. Zeker niet het graven van diepe zandputten, die ook weer met “iets” opgevuld moeten worden.

En met een paar koeien en paarden minder, zal ook het groene weidegras in korte tijd vol staan met veelsoortige planten en kleurrijke bloemen. De vlinders komen dan vanzelf.

Mits met rust gelaten, is de oude natuur zeer veerkrachtig. Dus: lang leve de oude natuur!