Baggerstort zou ook nog kunnen bij Redichem

INGEN - De Tweede Kamer buigt zich de komende tijd over maatregelen die genomen moeten worden om het water te bergen in de rivieren. In zes delen lopen we de Waal en de Neder - Rijn/Lek af en brengen in kaart over welke opties gesproken wordt. Vandaag de laatste aflevering.

Over de Marspolder boven Lienden is veel ophef gemaakt. Over de dijkverlegging, maar vooral ook over de mogelijke baggerstort. Maar dat ook de Redichemse Waard, ten noordoosten van Culemborg, ook op de nominatie staat als depot is vast minder bekend.

De komende jaren komen miljoenen kubieke meters uiterwaardengrond vrij bij diverse projecten en dat zal ergens gestort moeten worden. Grond dat door jarenlange afzetting van slib soms ernstig verontreinigd is. In eerste instantie wil het ministerie dit bergen in de Marspolder, Heteren, de Maneswaard Opheusden en eventueel de Ingensche Waarden.

De Redichemse Waard is, net als de vorige week besproken Waarden van Gravenbol en de Rijswijksche buitenpolder, een reservelocatie: als het aanbod groter is dan verwacht of als andere locaties afvallen dan komen deze plekken in beeld als depot.

De ministerraad houdt ook voor dit deel van de Neder-Rijn, inmiddels heet het de Lek, voorlopig vast aan dijkversterking en heeft de meeste grootschalige uiterwaardenplannen alleen nog achter de hand als extra mogelijkheden als meer water geborgen moet worden. De dijkversterking op dit traject loopt van de sluizen in het Amsterdam-Rijnkanaal tot en met Culemborg. De Goilberdingerwaard, waar net een grootschalige uiterwaardvergraving en natuurontwikkeling achter de rug is, kan nog even zonder dijkversteviging. Vanaf de Diefdijk bij Goilberdingen loopt de versterking van de Lekdijk weer verder.

De regio heeft het niet zo op dijkversterkingen. Het zijn oplossingen die misschien wel het gewenste effect bereiken, minder kosten en sneller te realiseren zijn, maar ze komen niet ten goede aan het uiterlijk van het gebied, de ruimtelijke kwaliteit. Mede daarom kwam de regio in maart met een eigen advies aan staatssecretaris Schultz waarin vooral werd gepleit voor grotere uiterwaardenprojecten, die naast waterstandsverlaging ook ruimtelijk goede effecten hebben en vaak jarenlang slepende problemen oplossen.

Op dit traject liggen er drie, die allemaal niet zijn overgenomen door de staatssecretaris en dus ook niet door de ministerraad. De regio had aangedrongen op drie uiterwaardenprojecten: de Beusichemse Waard, de Rijswijckse Waard en de Bosscherwaarden (aan de noordoostkant van Beusichem, aan de overzijde van de Lek). In deze drie gevallen gaat het om de bekende maatregelen die de rivier direct meer ruimte bieden: verlagen uiterwaarden, afgraven kades en het doorlatend maken van veer- en toegangswegen.

In de Beusichemse Waard stond ook een kleinschalige dijkverlegging op het programma van de regio om de uiterwaarden te vergroten. Vooral het Beusichemse plan is een erg efficiënt project zo valt te lezen in het Maatregelenboek dat enige jaren geleden alle mogelijkheden samenvatte. Het project bij Beusichem kost 'slechts' zes ton, maar levert wel veel ruimte en waterstandsverlaging op. Voorlopig kiest de overheid hier nog niet voor, omdat ze er van overtuigd is dat dijkverbetering een veel goedkopere oplossing is om de rivier meer ruimte te geven. In juni komen zes of zeven officiële hoorzittingen waarin iedereen zijn of haar grieven tegen de kabinetskeuze kan toelichten. Dit was de laatste aflevering van de serie Rivierwerk.

Bron: http://www.waterbodem.nl/